Bij griep verlies je meer vocht dan je denkt. Koorts, zweten, snellere ademhaling, en soms braken of diarree erbovenop: je lichaam droogt sneller uit dan normaal. En juist als je ziek bent, drink je meestal minder. Geen zin, misselijk, of te suf om aan een glas water te denken.
Meestal komt het thuis wel goed. Maar de signalen op tijd herkennen scheelt veel ellende, zeker bij kleine kinderen en bij ouderen die het zelf niet goed aangeven.
Elke graad koorts extra betekent meer vochtverdamping via de huid en de ademhaling. Bij hoge koorts adem je sneller en zweet je harder, en als er buikgriep bij komt of je gaat overgeven, loopt het vochtverlies in een paar uur flink op.
Kinderen en ouderen zijn extra kwetsbaar. Kinderen hebben in verhouding tot hun lichaamsgewicht minder reserve. Ouderen voelen dorst minder scherp, waardoor ze pas gaan drinken als het eigenlijk al te laat is.
Waar je bij jezelf op moet letten
Bij volwassenen zijn dit de klassieke signalen. Een paar ervan is al genoeg reden om vaker naar de kraan te lopen.
- Weinig plassen. Een halve dag of langer geen toiletbezoek is een duidelijk teken.
- Donkere urine. Gezonde urine is licht strogeel; donkergeel of oranje betekent te weinig vocht binnen.
- Droge mond, droge lippen, een plakkerig gevoel.
- Dorst. Die meldt zich pas als je al enigszins uitgedroogd bent, dus wachten tot je dorst hebt is geen slim plan.
- Hoofdpijn en duizeligheid, vooral bij opstaan.
- Vermoeidheid en een zwak gevoel dat verder gaat dan wat je van de griep alleen zou verwachten.
Algemeen ziektegevoel, misselijkheid, braken en diarree horen bij het beeld van uitdroging, en versterken het probleem meteen weer.
Bij baby’s en kinderen gaat het sneller
Bij kinderen kan uitdroging binnen een dag ernstig worden. Waar je op let:
- Minder natte luiers, of minder vaak plassen dan normaal. Heeft je kind 12 uur niet geplast, of je baby 12 uur geen natte luier gehad, bel dan volgens Thuisarts dezelfde dag de huisarts.
- Donkere, sterk ruikende urine.
- Droge mond en lippen, en weinig tot geen tranen bij huilen.
- Een kind dat suf is, opvallend stil, hangerig, of moeilijk wakker te krijgen. Dat verdient direct aandacht.
- Ingevallen ogen. Bij baby’s ook een ingevallen fontanel.
- Snelle ademhaling of snelle hartslag.
- Weigeren om te drinken, of juist heel gulzig drinken.
Kleine kinderen kunnen dorst niet goed onder woorden brengen. Gedrag en luiers zeggen dan meer dan wat het kind zelf aangeeft.
Bij ouderen
Bij ouderen is dorst een onbetrouwbare graadmeter. Andere signalen zeggen meer:
- Plotselinge verwardheid of sufheid.
- Duizeligheid bij opstaan, of vallen.
- Droge mond, droge oksels, weinig plassen.
- Minder alert reageren dan je gewend bent van diegene.
Nieuwe verwardheid is altijd reden om de huisarts te bellen. Niet afwachten tot morgen.
Wat je thuis kunt doen
Blijf drinken, ook in kleine slokjes. Bij misselijkheid werkt een klein beetje vaak beter dan een groot glas in één keer.
Goede keuzes: water, thee, bouillon, verdunde vruchtensap. Bij fors braken of diarree is ORS beter, want dat vult zouten en vocht tegelijk aan. ORS haal je bij de apotheek, en de apotheker legt uit hoe je het gebruikt. Zie ook de praktische tips over hoe je zorgt dat je niet uitdroogt.
Koortsremmers kunnen het ongemak dempen, maar lees de bijsluiter en vraag bij twijfel je apotheker of huisarts. Goed drinken is minstens zo belangrijk als de koorts onderdrukken.
Frisdrank, sportdrank en pure vruchtensap zijn geen goede vervangers voor ORS als je echt veel vocht kwijtraakt. Te veel suiker, en dat kan diarree zelfs erger maken.
Wanneer je de huisarts belt
Bel de huisarts of huisartsenpost bij:
- Een baby jonger dan drie maanden met koorts.
- Een kind dat suf is, niet wil drinken, of duidelijk minder plast dan normaal.
- Aanhoudend braken waardoor drinken niet lukt, of bloed in de ontlasting of in het braaksel.
- Koorts die langer dan een paar dagen aanhoudt, of klachten die na ongeveer een week nog niet beter worden.
- Een oudere die verward raakt, valt, of opvallend suf is.
- Twijfel over hoe ziek iemand is. Bel gerust, de assistente is dat gewend.
Wanneer je 112 belt
112 direct bellen bij:
- Ernstige benauwdheid of moeite met ademhalen.
- Iemand die niet meer wakker te krijgen is, of het bewustzijn verliest.
- Een kind dat slap wordt, grauw of blauw ziet, of niet meer reageert.
- Aanhoudende verwardheid, stuipen, of ernstige pijn op de borst.
Bij deze signalen: niet wachten, meteen bellen.