Elk najaar vallen er miljoenen enveloppen op de mat: de jaarlijkse uitnodiging voor de griepprik. Uw buurvrouw krijgt er misschien geen, terwijl u er wel een ontvangt. Of andersom. Dat verschil zit hem zelden in leeftijd alleen, en al helemaal niet in toeval. Het draait om de vraag hoe uw lichaam reageert op een griepvirus als er ondertussen al iets anders speelt.
Hieronder een uitleg waarom bepaalde groepen extra kwetsbaar zijn, en wat u daar praktisch mee kunt.
Wat is een risicogroep precies?
Een risicogroep bestaat niet uit mensen die “vaker griep krijgen”. Iedereen kan griep oplopen, ongeacht conditie of leeftijd. Waar het om draait: de kans op een ernstig beloop is groter. Langer ziek zijn, een longontsteking erbovenop, in sommige gevallen een ziekenhuisopname.
Het RIVM stelt jaarlijks vast wie via de huisarts een uitnodiging krijgt, op basis van advies van de Gezondheidsraad. Dat advies wordt periodiek herzien, en soms leidt dat tot discussie, denk aan het moment waarop de leeftijdsgrens van 60 werd verlaagd. Niet iedereen was daar destijds enthousiast over, maar de onderbouwing kwam neer op simpele wiskunde: vanaf die leeftijd stijgt de kans op complicaties merkbaar. Een actueel overzicht van wie er in aanmerking komt, staat op de pagina Voor wie is de griepprik? van het RIVM.
Waarom griep zwaarder aankomt bij een onderliggende aandoening
Griep is een luchtwegvirus. Het lichaam vecht ertegen met koorts, ontstekingsreacties en een tijdelijk verzwakt immuunsysteem. Wie al een orgaan of stelsel heeft dat harder werkt dan gemiddeld, heeft simpelweg minder reserve om die klap op te vangen.
Dat verklaart waarom juist hart-, long-, nier- en stofwisselingsziekten op de lijst staan.
Longaandoeningen: minder reserve in de luchtwegen
Bij COPD, ernstig astma of longfibrose zijn de luchtwegen al geprikkeld of beschadigd. Een griepvirus dat zich daar nestelt, kan die situatie in een paar dagen flink laten ontsporen.
Het verschil zit daar niet zozeer in het virus als in de reserve. Waar griep bij gezonde longen een vervelende week op de bank is, kan dezelfde infectie bij beschadigde luchtwegen het verschil maken tussen thuis uitzieken en een ziekenhuisopname met extra zuurstof.
Hartaandoeningen: het hart moet extra werk leveren
Koorts en ziek-zijn vragen meer van het hart. De hartslag stijgt, het lichaam heeft meer zuurstof nodig. Bij hartfalen, een doorgemaakt infarct of een aangeboren hartafwijking kan dat extra werk gewoon te veel worden. Daarom nodigt de huisarts mensen met een chronische hartaandoening ook uit als ze zich verder redelijk fit voelen. De Hartstichting geeft een heldere toelichting waarom de griepprik juist bij hart- en vaatziekten wordt geadviseerd.
Diabetes: een grilliger bloedsuiker tijdens ziekte
Bij diabetes verandert de bloedsuiker vaak als u ziek bent. Koorts, minder eten, de stressreactie van het lichaam, alles werkt de regulatie tegen. Bij slecht ingestelde diabetes is het afweersysteem bovendien wat trager.
U wordt niet automatisch ernstig ziek van de griep als u diabetes heeft. U ontregelt wel eerder, en een simpele griep kan sneller uitmonden in bijvoorbeeld een luchtweginfectie. Dat is het punt.
Nieraandoeningen en een verminderde afweer
De nieren spelen een rol in de vocht- en zoutbalans, en indirect ook in de afweer. Bij chronische nierschade, dialyse of na een niertransplantatie is het lichaam kwetsbaarder voor infecties. Medicijnen die de afweer onderdrukken (na een transplantatie, of bij sommige auto-immuunziekten) versterken dat effect nog eens.
60-plus: een langzamer reagerend afweersysteem
Vanaf ongeveer 60 jaar reageert het immuunsysteem langzamer op nieuwe virussen. Geen plotselinge omslag, wel een geleidelijke verandering. Het RIVM nodigt daarom iedereen vanaf 60 uit voor de griepprik, ook zonder onderliggende aandoening.
Bij ouderen komt daar vaak nog iets bij. De kans op een pneumokokkeninfectie, een bacterie die longontsteking kan veroorzaken, ligt hoger. En die combinatie met griep is een beroerde. Voor een deel van de 60-plussers is er daarom ook een pneumokokkenprik beschikbaar via het RIVM-programma.
Zwangerschap
Zwangere vrouwen krijgen vanaf een bepaald zwangerschapsstadium ook een uitnodiging. Tijdens de zwangerschap verandert het immuunsysteem, en griep kan zwaarder verlopen. De prik beschermt de baby bovendien mee in de eerste maanden na de geboorte, via de antistoffen die de moeder doorgeeft.
Kinderen met een chronische aandoening
Gezonde kinderen krijgen in Nederland standaard geen griepprik. Kinderen met een hartafwijking, ernstig astma, diabetes of een verminderde afweer wel. Twijfelt u? Vraag het de huisarts of kinderarts.
Voor baby’s in het eerste levensjaar is trouwens niet griep, maar het RS-virus de bekendste veroorzaker van benauwdheid en piepende ademhaling. Ook dat is een reden om laagdrempelig te bellen bij ademhalingsklachten bij een baby.
Wat betekent dit als u nu klachten heeft?
Hoort u tot een risicogroep en merkt u griepachtige klachten (koorts, spierpijn, hoesten, sterke vermoeidheid)? Wacht dan niet te lang met bellen. Niet omdat u meteen medicatie nodig heeft, maar omdat vroege beoordeling helpt om complicaties voor te zijn.
Bel dus eerder dan later als u een chronische long- of hartaandoening heeft en benauwder wordt, uw bloedsuiker bij diabetes moeilijk onder controle krijgt, afweeronderdrukkende medicijnen gebruikt, of als u zwanger bent en koorts krijgt. Datzelfde geldt voor ouders van een kind met een onderliggende aandoening dat griepklachten ontwikkelt.
Wanneer is het een spoedgeval?
Bel direct 112 bij ernstige benauwdheid, blauwe lippen, verwardheid, iemand die niet meer wakker te krijgen is, of pijn op de borst. Dat geldt voor iedereen, maar zeker als u tot een risicogroep hoort. Dan geen terugbelafspraak afwachten, en zeker niet verder online zitten lezen.
Preventie blijft de kern
De jaarlijkse griepprik blijft de belangrijkste bescherming voor risicogroepen. Daarnaast: handen wassen, hoesten in de elleboog, drukke plekken mijden tijdens een griepgolf. De Rijksoverheid heeft de algemene gezondheidsadviezen om besmetting te voorkomen op een rij gezet. Voor mensen met een kwetsbare gezondheid loont het ook om huisgenoten te vragen zich te laten vaccineren, mits zij dat willen. Dat is soms een lastig gesprek, want de vaccinatiebereidheid in Nederland is de afgelopen jaren niet gestegen, en niet iedereen staat er zonder meer voor open. Dat is uw huisgenoot zijn eigen keuze, maar het gesprek voeren is de moeite waard.
Weet u niet zeker of u tot de doelgroep hoort? Bel de praktijk. Vijf minuten aan de telefoon met de assistente scheelt een hoop gepieker.